Kaspische Zee

Irangids:  De Kaspische Zee (ook Zee van Mazandaran) is een groot, door land omsloten zoutmeer op de grens van Europa en Azië. Met zijn oppervlakte van 371.000 km² is het het grootste meer van de wereld. Vanwege deze grootte en het zoute water wordt het meer ook wel getypeerd als een zee. Door de oude kustbewoners werd het beschouwd als een oceaan, mogelijk vanwege het zoutgehalte en de ogenschijnlijke grenzeloosheid. Er zijn geen uitstromende wateren uit de Kaspische Zee, daarom is het een endoreïsch bekken.

De voornaamste rivieren die de zee voeden zijn de Wolga, de Oeral, de Terek en de Koera. Per jaar voeren deze zo’n 350 km³ zoet water af naar de zee. De Wolga levert met 80% hiervan het grootste deel.[1] Omdat er geen uitgaande rivieren zijn maar er wel veel water verdampt, stijgt geleidelijk het zoutgehalte van het water. De saliniteit (het zoutgehalte) bedraagt ongeveer 1,2%, iets meer dan een derde van het gemiddelde zoutgehalte van de meeste zeeën (3,5%). In het noorden, waar de meeste rivieren uitmonden, is de saliniteit ongeveer de helft van het gemiddelde.[1]

Het oppervlak van de Kaspische Zee is iets kleiner dan de Zwarte Zee, maar de zee is veel minder diep. De zee bevat ongeveer 77.000 km³ water, veel minder dan de ruim 500.000 km³ van de Zwarte Zee. De zee is het diepst, tot maximaal een kilometer, in het zuidelijke deel en het noordelijke bekken is op de meeste plaatsen zeer ondiep, tussen en de vier en 25 meter. De beide bekkens worden gescheiden door een ondieper gedeelte dat de verbinding vormt tussen de schiereilanden Apsjeron (Azerbeidzjan) en Tsjeleken (Turkmenistan). Tot de zee behoort ook de nagenoeg afgesloten inham Garabogazköl in Turkmenistan.

De Kaspische Zee ligt in 2008 circa 28 meter onder de zeespiegel en daarmee ligt een groot deel van het kustgebied, waaronder de Kaspische Laagte, eveneens onder zeeniveau. Het waterpeil is geen constante, 2000 jaar geleden lag het ongeveer acht meter lager dan nu en in de 13e eeuw was het acht meter hoger. Het waterpeil van de zee is ten gevolge van de geringe hoeveelheid neerslag en de door stuwdammen afgenomen watertoevoer vanuit de Wolga de laatste decennia afgenomen.

In het noorden van de zee heerst een landklimaat met koude winters en in het zuiden een subtropisch klimaat met een mediterraan karakter. Dit laatste resulteert in warme droge zomers en milde winters. In de winter zijn stormen niet ongebruikelijk en het noordelijk deel van de zee vriest dicht. De heersende noordenwind voert in de winter en voorjaar ijs naar het zuiden. De zomers zijn warm met weinig wind.

 

Saffraanland Iran heropent haar deuren